Kennisnetwerk en discussieplatform
Dierenwelzijn binnen de Omgevingswet
Verslag van de VMR Jong bijeenkomst van 28 januari 2026
Auteur: Ruda van Ravensteijn[1]
Op 28 januari vond de bijeenkomst Dierenwelzijn binnen de Omgevingswet plaats in het Café das Kabinett van het Louis Hartlooper Complex in Utrecht. De bijeenkomst werd georganiseerd door de werkgroep VMR Jong.
In haar openingswoord nam Bente de Leeuw[2] ons mee in de keuze voor het onderwerp van deze kroeglezing: de positie van dierenwelzijn binnen de Omgevingswet. Ogenschijnlijk valt dierenwelzijn buiten het milieu- en omgevingsrecht. De staat (van instandhouding) van wilde dieren wordt in het kader van het natuurbeschermingsrecht regelmatig besproken bij de VMR. Ook de gehouden dieren passeren de revue, maar dan vooral als milieu- en stikstofprobleem.
De werkgroep VMR Jong organiseert laagdrempelige bijeenkomsten voor startende professionals binnen het omgevingsrecht. Doel van de bijeenkomsten is om een onderwerp interdisciplinair te benaderen, met ruimte voor juridische verdieping. In deze avond willen we daarom ingaan op een onderbelicht, maar tot de verbeelding sprekend thema: dierenwelzijn en milieurecht en de eventuele botsingen en oplossingsrichtingen waarmee zowel het dierenwelzijn als de milieukwaliteit geborgd kan worden. Want wat goed is voor dierenwelzijn, blijkt vaak ook gunstig voor het milieu. Maar geldt dat altijd? Leiden strengere milieuregels soms tot minder dierenwelzijn, of kan het verbeteren van dierenwelzijn een hogere milieubelasting tot gevolg hebben? Hoewel duurzaamheid en dierenwelzijn vaak samengaan, kunnen ze ook met elkaar botsen. Er is een groeiende consensus dat op beide moet worden gestuurd, bijvoorbeeld via extensivering of innovatieve stalsystemen. De vraag is wat de rol van het recht is in het navigeren tussen deze spanningen. Sprekers vanuit zowel de wetenschap als de praktijk gingen deze avond in gesprek over dit onderwerp.
![]() |
![]() |
![]() |
Allereerst was het woord aan Ralph Frins, universitair hoofddocent Omgevingsrecht aan Tilburg University. Hij behandelde de juridische mogelijkheden om te sturen op dierenwelzijn onder de Omgevingswet. Hoewel in de Memorie van Toelichting bij de Omgevingswet expliciet is opgenomen dat dierenwelzijn buiten de reikwijdte van de Omgevingswet valt (deze wet regelt alles met betrekking tot de fysieke leefomgeving), worden toch enkele mogelijkheden op provinciaal en lokaal niveau beschouwd. Zo bevatten provinciale omgevingsverordeningen instructieregels over bijvoorbeeld schuilmogelijkheden of uitbreidingsmogelijkheden voor veehouderijen, waarbij dierenwelzijn één van de (niet doorslaggevende) criteria is. Die instructieregels hebben in de regel betrekking op de wijziging of vaststelling van een omgevingsplan en gaan daarmee over nieuwe situaties. Naar aanleiding van een vraag uit de zaal werd nog kort gereflecteerd op de mogelijkheid van het vaststellen van omgevingswaarden ten behoeve van dierenwelzijn. Frins zag niet direct mogelijkheden om het aspect dierenwelzijn te vertalen naar een omgevingswaarde.
Vervolgens was het woord aan Léon Ripmeester, werkzaam als jurist en teamleider lobby- en beleidsteam bij de Dierenbescherming en lid van de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA). Hij ging nader in op het spanningsveld tussen milieurecht en dierenwelzijn aan de hand van enkele voorbeelden. Zo is het uitlaten van honden belangrijk met het oog op dierenwelzijn, maar is dit nadelig voor natuurgebieden en stikstof. Hetzelfde geldt voor vrije uitloopkippen die buiten de hokken meer milieueffect hebben. We hebben een belangrijke taak wat betreft soortenbescherming, maar invasieve exoten proberen we juist uit de natuur te verwijderen. Ook stalbranden zijn een bekend voorbeeld, in de vluchtregelgeving wordt geen rekening gehouden met vluchtroutes voor dieren. Bovendien bevindt zich steeds meer apparatuur ten behoeve van het milieu in de stallen zoals luchtwassers, maar meer apparatuur brengt weer meer brandgevaar met zich mee. Alles moet terug geleid worden naar de intrinsieke waarde van het dier zoals ook is opgenomen in de Wet dieren (deze wet reguleert het houden van dieren). Alleen hoe borgen we die intrinsieke waarde van het dier in voldoende mate? De Wet Dieren en de Omgevingswet staan nu los van elkaar, maar misschien moeten ze wel geïntegreerd worden. Het traject naar een dierwaardig(er) veehouderij wordt nu vooral ook bereikt via zelfregulering zoals keurmerken. Het zou voor de toekomst mooi zijn dat dierenwelzijn wordt meegenomen in de milieu(rechtelijke) maatregelen die getroffen worden.
Ten slotte kwam Boy Griffioen aan het woord. Hij is boer en eigenaar van de biologische melkveehouderij De Groene Griffioen. Hij legde in zijn verhaal de link naar de praktijk van vergunningaanvragen en papierwerk waar een boer tegenaan loopt die dierenwelzijn hoog in het vaandel heeft staan. Dit aan de hand van zijn visie: ‘de-Stable-ise’. Want we hebben het in Nederland (en ook de twee voorgaande sprekers) steeds over stallen. Maar wat als je zonder stal wil werken en de dieren 365 dagen per jaar buiten wil en kan laten zijn? Een hoop regelgeving is daar niet op ingesteld. Hoe zit het bijvoorbeeld met de innovatieve parasols die schaduw en beschutting kunnen bieden aan de dieren: zijn dit bouwwerken? Moet daar een vergunning voor worden aangevraagd, en wat voor vergunning dan? Hoe zit het met het aanleggen van natuurvriendelijke oevers en het plaatsen van plateaus om te voorkomen dat de koeien daar niet in wegglijden, maar er wel uit kunnen drinken? En wat als je juist bomen op je perceel wilt toevoegen, maar je te maken hebt met een beschermd ‘open’ landschap? Uit het verhaal werd duidelijk dat het nu de verzekeraars zijn die meer eisen stellen aan bijvoorbeeld brandveiligheid dan de overheid. Kortom, is ons dierenwelzijnsrecht, milieurecht en ruimtelijke ordeningsrecht nog wel toereikend voor de veehouderij van de toekomst?
Het was een interessante bijeenkomst waarin verschillende lichten op het onderwerp dierenwelzijn en milieurecht werden geschenen. Na afloop werd door studenten, wetenschappers, milieubeschermingsrecht advocaten, politici, dierenartsen en ambtenaren nog nagepraat, gediscussieerd en geborreld door de aanwezigen over de uitdagingen en oplossingen die opspelen bij dit ingewikkelde snijvlak tussen het dierenwelzijn van voornamelijk gehouden dieren en natuur- en milieurecht.
---------------------------------------------------------------------------------------
[1] Ruda van Ravensteijn is werkzaam bij TU Delft als promovenda en werkt eveneens bij de gemeente Utrecht. Ruda is lid van VMR Jong.
[2] Bente de Leeuw is promovenda bij Universiteit Utrecht en lid van VMR Jong.