De vondst van gifvaten onder woningen in Lekkerkerk was in 1980 de 'wake-up call' om in snel tempo wetgeving te ontwikkelen voor de bescherming van de bodem, naast de al bestaande sectorale wetgeving voor water, lucht, geluid en afval. Uiteindelijk leidde dit in 1987 tot de Wet bodembescherming (Wbb) die - na meerdere wijzigingen - ruim 30 jaar later is opgegaan in de Omgevingswet. In de jaren ’80 was het optimistische uitgangspunt dat de Nederlandse bodem op termijn weer multifunctioneel zou kunnen worden gebruikt en dat met de zorgplicht nieuwe verontreinigingen tot een minimum konden worden beperkt. Anno 2025 is bodemverontreiniging nog steeds in het nieuws, bijvoorbeeld bij afdekken van stortplaatsen, het gebruik van rubbergranulaat op sportvelden en bij dumpingen van drugsafval. Op 15 mei organiseert de VMR een VMR Leergang Bodem waarin u weer helemaal wordt bijgepraat over de ontwikkelingen in de praktijk en in de wetgeving en jurisprudentie over het gebruik en beschermen van de bodem en de ondergrond.
Bodem valt sinds 1 januari 2024 onder het centrale begrip ‘fysieke leefomgeving’ uit de Omgevingswet. Onder deze wet heeft het milieucompartiment bodem een ingrijpend andere regeling gekregen dan onder het regime van de Wbb. Voor de praktijk is vooral het ruime en verstrekkende overgangsrecht van belang. Gevallen van bodemverontreiniging die ontdekt zijn voor 1 januari 2024 en lopende saneringen vallen onder het regime van de Wbb waardoor de Wbb het komende decennium nog steeds relevant is. De inhoudelijke regels voor het beschermen van de bodem bij milieubelastende activiteiten (mba) en het toepassen van licht verontreinigde grond en baggerspecie als secundaire bouwstoffen zijn grotendeels hetzelfde gebleven maar het is een speurtocht om deze in de regelingen weer terug te vinden.
Ruim een jaar na het inwerkingtreden van de Omgevingswet zijn er nog geen gerechtelijke uitspraken over de nieuwe regeling voor bodem. De jurisprudentie op grond van de Wbb zal echter nog vele jaren na-ijlen en relevant zijn voor de uitvoeringspraktijk, ook onder de Omgevingswet. Tijdens de VMR Leergang Bodem zullen enkele casussen uit de recente jurisprudentie worden toegelicht die ook onder het regime van de Ow relevant blijven voor de uitvoeringspraktijk. (zie ook de column van Katrien Winterink en Mathijs Peters over de Handreiking Zorgplicht onder artikel 13 Wet bodembescherming bij bodemverontreiniging met PFAS).
Tijdens de VMR Leergang Bodem op 15 mei a.s. praten drie deskundigen u bij:
De voorzitter van de middag is Marlon Boeve (TU Delft en lid VMR bestuur).
Wilt u meedoen? Meldt u zich dan aan via de website van de VMR via deze link.
Auteur: Tjeerd van der Meulen, Stichting Advisering Bestuursrechtspraak
Kleverlaan 11
2023 JC HAARLEM
Postbus 2028
2002 CA HAARLEM